For best experience please turn on javascript and use a modern browser!
You are using a browser that is no longer supported by Microsoft. Please upgrade your browser. The site may not present itself correctly if you continue browsing.
Een nieuwe studie van de onderzoeksgroep Socially Intelligent Artificial Systems (SIAS) van de Universiteit van Amsterdam laat zien hoe politieke debatten, nieuwsberichten en online gedrag samen een discriminerend klimaat in Nederland kunnen aanwakkeren. In opdracht van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme introduceert het onderzoek een computationeel raamwerk om te meten hoe discriminerende uitspraken zich in de loop van de tijd verspreiden tussen het parlement, de media en sociale media.

Analyse van meer dan tien jaar aan teksten

Het team – bestaande uit João Fonseca, Gossa Lô, Erman Acar en Fernando Santos – analyseerde meer dan tien jaar aan Nederlandstalige teksten uit drie domeinen: transcripties van de Tweede Kamer, artikelen uit nationale kranten en reacties op grote Nederlandse nieuwskanalen op YouTube. Ze richtten zich op zeven wettelijk erkende gronden voor discriminatie. In totaal omvat de dataset miljoenen reacties en teksten, die elk aan een specifiek tijdstip zijn gekoppeld. Hun open-sourcepijplijn combineert trefwoordanalyse, sentimentanalyse, classificatie met behulp van grote taalmodellen (LLM) en tijdreeksmethoden (waaronder Granger-causaliteit) om trends en domeinoverschrijdende invloeden te detecteren.

Online reacties laten een toenemende activiteit zien rond antisemitisme, islamofobie en afkomst

De resultaten tonen aan dat discriminerende uitlatingen niet beperkt blijven tot de uithoeken van het internet. Enkele van de meest gevoelige vormen van discriminatie – antisemitisme, islamofobie en discriminatie op basis van afkomst – komen vaak en in toenemende mate voor in online commentaarsecties, vooral rond nieuwsberichten van bepaalde media. Zo is er sinds 2019 een toename van het aantal berichten over afkomst en islamofobie op het YouTube-kanaal van De Telegraaf en in 2024 in de commentaarsectie van de NOS.

Discriminerende taal steeds vaker aanwezig in het publieke debat

Een cruciaal punt uit het onderzoek is dat offline discussies invloed kunnen hebben op wat er online gebeurt – en vice versa. Parlementaire debatten in de Tweede Kamer gaan vaak vooraf aan verschuivingen in discriminerende discussies op YouTube en in kranten, terwijl online discussies soms vooruitlopen op latere parlementaire aandacht voor gevoelige onderwerpen. De vermelding van bepaalde politieke partijen in het nieuws houdt statistisch gezien verband met een daaropvolgende toename van potentieel antisemitische, islamofobe en op afkomst gerelateerde uitingen in YouTube-reacties, wat suggereert dat discriminerende verhalen steeds meer verankerd raken in het publieke debat.

Van bewijs naar actie: richtlijnen en datagestuurde instrumenten

Op basis van deze bevindingen stellen de auteurs dat discriminatie moet worden benaderd als een dynamisch ‘klimaat’ in plaats van als een reeks geïsoleerde incidenten. Ze pleiten voor geïntegreerde, bijna realtime monitoringsystemen die politieke, media- en online gegevens combineren om vroegtijdige waarschuwingssignalen te geven bij escalerende discriminerende uitlatingen, met name op gevoelige gronden zoals antisemitisme, islamofobie en afkomst.

Het rapport beveelt ook expliciete normen en gedragsrichtlijnen aan voor de Tweede Kamer om de ‘zachte vangrails’ van de democratie te waarborgen, waarbij wordt benadrukt dat wat in het parlement wordt gezegd, een golfbeweging kan veroorzaken in de bredere samenleving. Ten slotte dringen de onderzoekers er bij beleidsmakers, waakhonden en maatschappelijke organisaties op aan om datagestuurde instrumenten te gebruiken om gerichte interventies en bewustmakingscampagnes te ontwerpen die schadelijke dynamieken tegengaan voordat ze zich verankeren.

Vragen en verzoeken

Voor persgerelateerde vragen kunt u contact opnemen met Femke van Zijst van UvA Persvoorlichting