SIAS-onderzoekers ontwikkelen open-sourcepijplijn om discriminatie in het parlement, de nieuwsmedia en YouTube te volgen
11 February 2026
Het team – bestaande uit João Fonseca, Gossa Lô, Erman Acar en Fernando Santos – analyseerde meer dan tien jaar aan Nederlandstalige teksten uit drie domeinen: transcripties van de Tweede Kamer, artikelen uit nationale kranten en reacties op grote Nederlandse nieuwskanalen op YouTube. Ze richtten zich op zeven wettelijk erkende gronden voor discriminatie. In totaal omvat de dataset miljoenen reacties en teksten, die elk aan een specifiek tijdstip zijn gekoppeld. Hun open-sourcepijplijn combineert trefwoordanalyse, sentimentanalyse, classificatie met behulp van grote taalmodellen (LLM) en tijdreeksmethoden (waaronder Granger-causaliteit) om trends en domeinoverschrijdende invloeden te detecteren.
De resultaten tonen aan dat discriminerende uitlatingen niet beperkt blijven tot de uithoeken van het internet. Enkele van de meest gevoelige vormen van discriminatie – antisemitisme, islamofobie en discriminatie op basis van afkomst – komen vaak en in toenemende mate voor in online commentaarsecties, vooral rond nieuwsberichten van bepaalde media. Zo is er sinds 2019 een toename van het aantal berichten over afkomst en islamofobie op het YouTube-kanaal van De Telegraaf en in 2024 in de commentaarsectie van de NOS.
Een cruciaal punt uit het onderzoek is dat offline discussies invloed kunnen hebben op wat er online gebeurt – en vice versa. Parlementaire debatten in de Tweede Kamer gaan vaak vooraf aan verschuivingen in discriminerende discussies op YouTube en in kranten, terwijl online discussies soms vooruitlopen op latere parlementaire aandacht voor gevoelige onderwerpen. De vermelding van bepaalde politieke partijen in het nieuws houdt statistisch gezien verband met een daaropvolgende toename van potentieel antisemitische, islamofobe en op afkomst gerelateerde uitingen in YouTube-reacties, wat suggereert dat discriminerende verhalen steeds meer verankerd raken in het publieke debat.
Op basis van deze bevindingen stellen de auteurs dat discriminatie moet worden benaderd als een dynamisch ‘klimaat’ in plaats van als een reeks geïsoleerde incidenten. Ze pleiten voor geïntegreerde, bijna realtime monitoringsystemen die politieke, media- en online gegevens combineren om vroegtijdige waarschuwingssignalen te geven bij escalerende discriminerende uitlatingen, met name op gevoelige gronden zoals antisemitisme, islamofobie en afkomst.
Het rapport beveelt ook expliciete normen en gedragsrichtlijnen aan voor de Tweede Kamer om de ‘zachte vangrails’ van de democratie te waarborgen, waarbij wordt benadrukt dat wat in het parlement wordt gezegd, een golfbeweging kan veroorzaken in de bredere samenleving. Ten slotte dringen de onderzoekers er bij beleidsmakers, waakhonden en maatschappelijke organisaties op aan om datagestuurde instrumenten te gebruiken om gerichte interventies en bewustmakingscampagnes te ontwerpen die schadelijke dynamieken tegengaan voordat ze zich verankeren.
Voor persgerelateerde vragen kunt u contact opnemen met Femke van Zijst van UvA Persvoorlichting